Zonnepanelen

Zonnepanelen in wintertijd: waarom doet mijn omvormer niets?

Het is weer bijna wintertijd! Dat betekent eenmalig een uurtje langer blijven liggen. Maar voor velen is het vooral het startsein van de traditionele winterdip. De dagen worden korter, het is donker als we na het werk weer thuiskomen. En dat is niet het enige. Ook de omvormer van je zonnepaneleninstallatie heeft het zwaar. ‘s Ochtends duurt het vaak langer voordat hij inschakelt en soms lukt het ‘m zelfs helemaal niet. ‘s Avonds schakelt hij bovendien eerder weer uit. In deze blog leggen we je uit wat er aan de hand is.

Eigenlijk is het vrij eenvoudig. Jouw zonnepanelen hebben licht nodig om hun werk te kunnen doen. Zolang er geen licht is, blijft de omvormer dan ook uit. En hoe dichter we bij de winter komen, hoe verder Nederland van de zon afgedraaid is. De zon staat dan laag, waardoor er minder instraling op de zonnepanelen is. En aangezien de omvormer een bepaalde opstartspanning nodig heeft, kan het voorkomen dat de omvormer ‘s ochtends niet aangaat.

Hoe herken je de winterdip van je omvormer?

We krijgen in de winterperiode geregeld vragen over omvormers die niet aangaan of plotseling uitvallen. Wanneer het ‘s ochtends nog of ‘s avonds al schemerig is, is dit natuurlijk goed te verklaren. Er is dan gewoon onvoldoende zonlicht om de omvormer aan te doen gaan. Zo kan het ook voorkomen dat het al dag is, maar de lampjes van de omvormer nog niet branden, omdat het gewoon nog te donker is.

Ook horen we vaak de vraag of het normaal is dat de omvormer ‘s ochtends langere tijd een tikkend geluid maakt. Ook dat is in de winter volstrekt normaal. Het geluid dat je dan hoort zijn de zogeheten schakelrelais, die proberen de omvormer op te starten. Wanneer er echter nog onvoldoende opstartspanning is, blijft de omvormer soms langere tijd in de opstartfase hangen. Hij zoekt dan voortdurend naar voldoende spanning om aan te kunnen slaan. Niets om je zorgen over te maken.

De zon is er altijd

Het is natuurlijk niet zo dat je in de winter niets van je zonnepaneleninstallatie hoeft te verwachten. De maanden november, december, januari en februari zorgen doorgaans voor zo’n tien tot vijftien procent van de jaarlijkse opbrengsten. Zelfs op koude dagen waarop de zon zich nauwelijks laat zien wekken zonnepanelen namelijk stroom op. De panelen werken immers op basis van zonlicht en niet op basis van warmte. En zonlicht is er gelukkig, in tegenstelling tot op de Noordpool, in Nederland altijd. Dit noemen we op bewolkte dagen diffuus licht.

Waarom verschillen de opbrengsten in de winter dan toch zo van de zomer? Dit is te verklaren door de hellingshoek van de zon ten opzichte van de aarde, die in de winter zorgt voor minder opbrengsten. Een ideale helling is namelijk zo’n 34 tot 38 graden, terwijl de zon ‘s winters een stuk lager staat: op 14,5 graden ten opzichte van de aarde. Het zonlicht dát er is, landt dus vanuit een schuine hoek op de zonnecellen in plaats van rechtstreeks.

En hoe zit het met sneeuw?

Tot slot nog even kort over zonnepanelen en sneeuw. Wie weet krijgen we dit jaar weer eens een witte kerst. Iets om naar uit te kijken of vrezen met grote vrezen voor je zonnepanelen? Nou, we kunnen hier kort over zijn: sneeuw vormt geen enkel gevaar voor je zonnepanelen. Sterker nog: een goed pak sneeuw betekent een gratis schoonmaakbeurt voor de panelen. Op het gewicht van een sneeuwlaag zijn de panelen wel berekend en wanneer de zon er weer doorkomt, glijdt de sneeuw er vanzelf weer af.

Meer weten over zonnepanelen en sneeuw? Lees dan dit blog dat we erover schreven!

Lees meer