Zonnepanelen

Aantal woningen met zonnepanelen in 2025 met 4 procent toegenomen: grootste stijging in deze gemeenten

Het aantal woningen in Nederland dat met zonnepanelen eigen stroom opwekt, is in 2025 met 4,3 procent toegenomen. In totaal telt Nederland nu ruim drie miljoen woningen met zonnepanelen, 37 procent van de gehele woningvoorraad. De Drentse gemeente Tynaarlo blijft de onbetwiste koploper, terwijl het Noord-Hollandse Stede Broec juist de grootste groei doormaakte, zo blijkt uit nieuwe CBS-cijfers die Zonneplan analyseerde.

Vergeleken met voorgaande jaren is de stijging beperkt. Dat heeft vermoedelijk deels te maken met een markt die steeds meer verzadigd raakt: een groot deel van de woningen die geschikt zijn voor zonnepanelen, hebben ze eenvoudigweg al. Maar daarnaast speelt vermoedelijk ook het negatieve sentiment dat heerst een belangrijke rol. Doordat veel traditionele energiebedrijven terugleverkosten zijn gaan hanteren en de zogeheten salderingsregeling op zijn einde loopt, vrezen veel consumenten dat zonnepanelen financieel geen nut meer hebben.

Tynaarlo blijft zonnepanelenkampioen

Als het gaat om het aandeel woningen met zonnepanelen, blijft de Noord-Drentse gemeente Tynaarlo de koploper. Inmiddels wekt hier precies tweederde van alle huizen (66,6 procent) hun eigen stroom op. Er zijn nog zes andere gemeenten waar dit percentage boven de 60 procent ligt, namelijk de Friese gemeenten Dantumadiel, Ooststellingwerf en Weststellingwerf, de Zeeuwse buurgemeenten Kapelle en Borsele en het Gelderse West Maas en Waal.

In de Randstad, met relatief veel huurwoningen en appartementen, liggen deze percentages vanzelfsprekend veel lager. Amsterdam is de enige gemeente waar het PV-aandeel onder de tien procent blijft, maar ook in Rotterdam, Den Haag, Zandvoort en Schiedam is de bijdrage van zonne-energie beperkt.

 

Grootste toename in Stede Broec

In de gemeenten waar al veel woningen zonnepanelen hadden, was de groei vorig jaar vaak relatief beperkt. De grootste stijger was de gemeente Stede Broec, waar het aantal woningen met zonnepanelen met maar liefst elf procent toenam in een jaar tijd. Ook Rheden noteerde een groei van ruim tien procent, terwijl Hillegom, Almelo en Pekela dat getal nét niet wisten aan te tikken.

In de top-10 gemeenten met de meest beperkte stijging staan opvallend genoeg vijf Limburgse gemeenten. Dat zijn stuk voor stuk gemeenten waar het aandeel woningen met PV al boven of tegen de vijftig procent lag.

Zijn zonnepanelen nog wel rendabel?

Hoewel niet valt te ontkennen dat het rendement van zonnepanelen lager is dan enkele jaren geleden – door de komst van terugleverkosten bij veel energiebedrijven – is het een misvatting dat het geen verstandige investering meer is. Ja, je krijgt inderdaad een lagere vergoeding voor de zelfopgewekte stroom die je aan het net teruglevert. Maar dat terugleveren is ook nooit de primaire insteek geweest van je eigen stroom opwekken.

Juist de stroom van je eigen dak die je meteen in huis kunt gebruiken, maakt het verschil, met of zonder terugleverkosten of salderingsregeling. Gemiddeld gebruiken onze klanten nu 31 procent van hun zelfopgewekte stroom direct in huis. Die stroom hoeven ze dus al niet van hun leverancier af te nemen, wat je bij een doorsnee set van twaalf panelen en een stroomtarief van 27 cent per kWh al zo’n 400 euro per jaar scheelt. Lukt het je om die mate van ‘zelfconsumptie’ op te schroeven, door op zonnige momenten te wassen, de airco of warmtepomp te laten draaien of je auto op te laden met een eigen laadpaal, dan kan dat nog fors verder oplopen.

Ook een thuisbatterij kan daarbij een rol spelen. Dit jaar schaft een kwart van de zonnepanelenkopers ook meteen een accu aan, blijkt uit onze cijfers.