Besparen

5 vragen over het prijsplafond en een dynamisch energiecontract

4 min lezen.
Frank Breukelman
Frank Breukelman
26 september 2022

Op Prinsjesdag maakte het kabinet bij monde van minister Kaag van Financiën bekend dat er per 1 januari 2023 een zogeheten prijsplafond wordt ingevoerd op energie. Dat roept vragen op, zeker ook bij Nederlanders met een dynamisch energiecontract zoals Slimme energie van Zonneplan. Op de belangrijkste 5 vragen proberen we in dit blog antwoord te geven.

Dit artikel is voor het eerst verschenen op 26 september 2022 en voor het laatste geüpdatet op 28 november 2022.

Vraag 1: wat houdt het prijsplafond in?

Waarschijnlijk heb je dit inmiddels wel meegekregen, maar toch nog even kort: wat betekent zo’n prijsplafond nu precies? Het komt erop neer dat je bij een ‘normale’ hoeveelheid energiegebruik de tarieven betaalt die volgens het kabinet golden vlak voordat Rusland Oekraïne binnenviel, waardoor de prijzen gauw stegen. Die tarieven zijn door het kabinet vooralsnog vastgesteld op €0,40 per kWh stroom en €1,45 per m³ gas. Ze gelden tot een verbruik van 2900 kWh en 1200 m³. Gebruik je meer? Dan betaal je – bij een vast of variabel contract – voor dit extra verbruik de actuele (en dus aanzienlijk hogere) prijs die je energieleverancier hanteert. Zie onderstaande tabel voor hoe dit er bijvoorbeeld uit zou kunnen komen te zien:

 

Vraag 2: geldt het prijsplafond ook voor dynamische energiecontracten?

Ja, het prijsplafond zal gaan gelden voor iedere kleinverbruiker met een eigen gas- en/of stroomaansluiting, ongeacht welk type energiecontract je hebt. De invulling is echter nog niet geheel duidelijk, omdat je met een dynamisch energiecontract zoals Slimme energie van Zonneplan geen vaste prijzen hebt. Waar andere dynamische energieleveranciers ervoor gepleit hebben om het prijsplafond op uurniveau toe te passen – elk uur waarin de stroomprijs boven de €0,40 per kWh zit betaal je niet meer dan €0,40 – begrijpen wij dat minister Jetten dit niet zal toestaan. Dat haalt immers de prikkel weg om juist stroom te gebruiken tijdens uren met veel wind- en zonnestroom. Logischer is dus dat er per maand en uiteindelijk per jaar gekeken wordt naar je gewogen gemiddelde uurprijs. Met andere woorden: het gemiddelde van het totaal aantal verbruikte kWh’s per uur vermenigvuldigd met de stroomprijs tijdens dat uur bij elkaar.

Stel dus dat de stroomprijs tussen 14:00 en 15:00 uur €0,15 is en tussen 15:00 en 16:00 €0,20 en je verbruikt het eerste uur 3 kWh en het tweede uur één kWh, dan is je gewogen gemiddelde prijs (3 x 0,15) + (1 x 0,20) / 4 = €0,1625.

De invoering van het prijsplafond zou zomaar het laatste zetje kunnen zijn voor wie nog twijfelt of een dynamisch energiecontract verstandig is. Is jouw gewogen gemiddelde uurprijs komend jaar immers lager dan het prijsplafond? Dan betaal je ‘gewoon’ dat lage tarief. Ligt jouw gewogen gemiddelde uurprijs boven het prijsplafond? Dan betaal je het maximale tarief dat de overheid heeft vastgesteld. In deze situatie kun je met een dynamisch contract, zoals Slimme energie, dus alleen maar minder betalen dan bij een contract met vaste prijzen.

Belangrijk is uiteraard wel dat je ook met een dynamisch energiecontract je verbruik onder de plafondgrens houdt: 2900 kWh en 1200 m³ per jaar. Zonneplan helpt je daarbij met de Zonneplan Connect in combinatie met onze app. Daarin zie je live, per uur, dag, maand en jaar hoeveel stroom en gas je (hebt) verbruikt. Zo houd je nauwgezet bij of je met jouw verbruik onder het plafond blijft en word je gestimuleerd om je verbruik waar mogelijk te beperken. Inzicht wordt steeds belangrijker en Zonneplan loopt op dit vlak ver voor op andere energiebedrijven.

Vraag 3: wat betekent dit voor de energietransitie?

Een positief gevolg van de invoering van het prijsplafond is dat huishoudens gestimuleerd worden hun energieverbruik te beperken. De thermostaat een graadje lager, de extra koelkast in de schuur uit en lampen niet onnodig laten branden helpen je onder het prijsplafond te blijven. Het ligt voor de hand dat daarmee de nodige CO2-uitstoot voorkomen wordt.

Daar staat echter tegenover dat ‘elektrificatie’ in veel gevallen minder interessant wordt. Het vervangen van bijvoorbeeld je cv-ketel door een (elektrische) warmtepomp, zorgt ervoor dat het jaarlijks elektriciteitsverbruik van een doorsnee huishouden in één klap verdubbelt. Dat houdt dus in dat pakweg een groot gedeelte van je elektriciteitsverbruik boven het prijsplafond komt te liggen, waardoor je over dat deel het hoge tarief betaalt. Dat zou elektrisch verwarmen in sommige gevallen zelfs duurder kunnen maken dan ouderwets op gas. Hetzelfde geldt voor koken op inductie.

Ook Nederlanders die zich oriënteren op een elektrische auto zullen mogelijk aan het twijfelen slaan. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is immers vaak een eigen laadpaal aan huis. Maar wat als thuis laden betekent dat je flink over het prijsplafond heengaat? Bij hoge stroomprijzen kan een brandstofauto dan zomaar nog voordeliger in verbruik zijn dan een EV. Een slimme laadpaal, waarmee je ‘s middags en ‘s nachts tijdens voordelige uren mee kunt laden, is dan ook onmisbaar.

Wel blijven zonnepanelen in de nieuwe situatie een verstandige investering. Daardoor weet je zeker dat je met je stroomverbruik onder het prijsplafond blijft. Als gevolg van de hoge stroomprijzen is je zonnestroom bovendien veel waard.

Vraag 4: welk effect heeft het prijsplafond op de terugleververgoeding?

Ook hierover is officieel nog niets bekend, maar wij zijn voornemens het terugleveren van zonnestroom op dezelfde manier te laten voorlopen als momenteel het geval is. Lever je dus terug in een uur waarin de stroomprijs boven het prijsplafond ligt? Dan ontvang je daarvoor ook gewoon die prijs terug. Er komt dus geen maximale terugleververgoeding per kWh.

Ook qua salderen verandert er niets, ongeacht welk type energiecontract je hebt. De salderingsregeling heeft namelijk alleen betrekking op de te betalen energiebelasting en wordt berekend op jaarbasis. Kortom: je betaalt nog steeds alleen energiebelasting over de hoeveelheid stroom die je netto hebt afgenomen (totale afname verminderd met totale teruglevering van zonnestroom).

Vraag 5: waren er betere opties geweest?

Uiteraard was de invoering van het prijsplafond niet de enige mogelijke ingreep om de gestegen energierekeningen te dempen. Zo was de meest eenvoudige zet het verhogen van de vermindering energiebelasting: elk huishouden krijgt daardoor een vast bedrag per jaar korting op de energierekening. Dat kost veel geld dat deels ook naar huishoudens zou gaan die het niet nodig hebben.

Een inkomensafhankelijke compensatie zou een andere mogelijkheid zijn geweest. Dat zou bijvoorbeeld mogelijk zijn door een koppeling aan de zorgtoeslag. Daarmee was het geld vooral terecht zijn gekomen bij de huishoudens die dit het hardst nodig hebben. Dat bleek technisch echter moeilijk uitvoerbaar cq. zou meer tijd kosten. Wanneer de energiecrisis eerder (h)erkend zou zijn door het kabinet, was dit naar alle waarschijnlijkheid een slimmere oplossing geweest. Oók in deze situatie zouden huishoudens immers nog altijd gestimuleerd worden om hun energieverbruik te beperken.

Tot slot, en dat was vermoedelijk de beste optie, was het slimmer geweest om een algemeen energieplafond in te stellen. Dus geen afzonderlijke cap op enerzijds stroom en anderzijds gas, maar stroom en gas samen. Je kunt een kuub gas namelijk gelijkstellen aan (ongeveer) 9,8 kWh. Dan zou een gemiddeld huishouden dus 2900 + (1200 x 9,8) = 14660 ‘kWh-equivalent’ per jaar mogen gebruiken. Huishoudens die zich bijvoorbeeld een warmtepomp kunnen permitteren worden hiermee gestimuleerd dit ook daadwerkelijk te doen, terwijl slecht geïsoleerde woningen nog altijd gewoon met gas verwarmd kunnen worden. Ook het nadelige effect op bijvoorbeeld elektrisch koken en elektrisch rijden valt hiermee weg.

132 vind ik leuks
Deel dit artikel:

Lees meer

Vraag de dakcheck aan

Ontvang adviesgesprek

in 60 seconden geregeld!